Let op je taal…

De afgelopen maanden ben ik bezig geweest met het inventariseren van het archief van het Woonwagenschap Gelders Rivierengebied. Het Woonwagenschap was in de jaren ’70 en ’80 door diverse gemeenten belast met de zorg voor woonwagenbewoners.

Het schap zorgde voor standplaatsen, onderwijs en andere maatschappelijke dienstverlening aan woonwagenbewoners. Begin jaren ’70 gebeurde dit door het concentreren van woonwagenbewoners op grote regionale woonwagencentra met hun eigen voorzieningen, zoals het centrum aan de Passewaaijse Hogeweg in Tiel. Dit zou assimilatie met de “sedentaire” (niet-rondtrekkende) bevolking bevorderen. Dit bleek niet te werken: in 1972 vonden er vernielingen plaats vanwege het stopzetten van de bijstand en onderlinge handelsconcurrentie.

1403-333 Christiaan Damen (72) en zijn vrouw protesteren tegen de gedwongen
ontruiming van een woonwagenkamp in Tiel in april 1972

0670-M4904 De plattegrond van het Regionaal Woonwagenkamp aan
de Passewaayse Hogeweg.

 

Hierna werden deconcentratie en gelijke behandeling het credo: woonwagenbewoners werden gestimuleerd op kleinere woonwagenerven te gaan wonen, in de buurt van woonwijken en gebruikmakend van dezelfde voorzieningen als de “sedentaire” bevolking. Categorale voorzieningen zoals scholen werden opgeheven. Doel was dat het Woonwagenschap zichzelf overbodig zou maken. Dit gebeurde dan ook en vanaf 1987 ging het schap in liquidatie.

Taalgebruik

Bij het inventariseren van dit archief heb ik extra gelet op het taalgebruik in de beschrijvingen. Door het ordenen van dit archief, leerde ik bij over de woonwagengemeenschap in Nederland en over diens sociale exclusie. Het leek me daarom respectvol om in de beschrijvingen geen kwetsende woorden te gebruiken, zonder afbreuk te doen aan de feiten.

Niet-kwetsend

Sociale inclusie begint bij niet-kwetsend taalgebruik. Een voorbeeld hiervan zijn de vernielingen die in 1972 plaatsvonden op het grote regionale kamp in Tiel. Hierbij heb ik getwijfeld over welke woorden ik moest gebruiken in beschrijvingen van de betreffende stukken. Met “rellen” vel je een oordeel over de woonwagenbewoners. Dit is een oordeel over een situatie van meer dan vijftig jaar geleden waar destijds ook al over geoordeeld is. De kranten stonden destijds vol over deze vernielingen en er zijn zelfs Kamervragen over gesteld. In de archiefbeschrijving opnieuw oordelen, voegt weinig aan dit perspectief toe. Als archivaris probeer je niet te oordelen, maar wel de feiten te laten spreken. Uit de stukken zelf blijkt dat er destijds bij medewerkers wel begrip bestond voor de vernielingen op het woonwagenkamp. Omdat deze medewerkers en woonwagenbewoners zelf destijds het woord “vernielingen” gebruikten, heb ik dit aangehouden. Ook omdat dit woord ruimte laat voor eigen interpretatie van de persoon die dit archief onder ogen krijgt.

Daarnaast heb ik in de archiefbeschrijvingen ook op andere manieren gelet op het taalgebruik. Woorden die een aanduiding zijn uit die tijd heb ik tussen aanhalingstekens gezet, zoals wanneer er sprake is van een “woonwagenprobleem”. Om aan te geven dat dit niet een probleem is met de bewoners, maar met het maken van genoeg woonwagenstandplaatsen, staat dit tussen aanhalingstekens. Bij woorden waar ik over twijfelde, ben ik gaan googelen en gaan zoeken op Twitter (lang leve de juiste filterbubbel). Ook het boekje Words Matter. Een Incomplete Gids voor woordkeuze binnen de culturele sector is een hulpmiddel.

Zo kwam ik te weten dat waar in een archiefbeschrijving het woord “zigeuner” stond, het beter was om aan te geven in de nota bene dat hier Sinti en/of Roma bedoeld werden. Het woord zigeuner wordt door deze groepen als scheldnaam gezien. Door vervolgens het woord “zigeuner” in de beschrijving zelf tussen aanhalingstekens te zetten, geef je aan dat het hier gaat om een term die je met een korrel zout zou moeten nemen. In de nota bene kunnen archiefgebruikers vervolgens lezen waarom deze term tussen aanhalingstekens staat. Zo laat je zien rekening te houden met de wens van mensen om niet uitgescholden te worden, zonder dat je de originele titel die bovenaan een stuk staat hoeft te veranderen in de archiefbeschrijving. Uiteindelijk vinden we het allemaal fijn om zelf te kunnen kiezen hoe we worden aangesproken.

Bij twijfel

Een algemene tip bij twijfel: kies altijd voor de term die de mens centraal stelt en niet diens vermeende afwijken van de norm. Dus “mensen die stotteren” in plaats van “stotteraars” en “mensen met een beperking” in plaats van “gehandicapten”. Niet iedereen zal aan het woord gehandicapten aanstoot nemen, maar het laat zien dat je bewust met taalgebruik omgaat en mensen niet ziet als personificatie van hun afwijken van de norm.

Fenne

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *